Houtdruk
De meeste drukken beginnen als digitaal ontwerp. Waar het beeld zachte overgangen heeft, zet ik die eerst om in een rasterpatroon van stippen, zoals bij oude druktechnieken.
Ik graveer het ontwerp in berkenmultiplex met mijn zelfgebouwde lasersnijder. De donkere delen blijven staan, de lichte delen worden weggebrand. Daarna behandel ik het blok met olie en schuur ik het. De olie voorkomt dat het hout de inkt ongelijk opneemt. Schuren maakt het reliëf scherper en de verbrande randen zachter.
Ik breng de inkt met de hand aan op het verhoogde oppervlak, met een roller. Soms meng ik de kleuren direct op het blok. Het blok gaat met de beeldzijde omhoog in de pers, met een vel papier erop, en samen worden ze met stevige, gelijkmatige druk doorgerold. Eerst drukte ik op een pers die ik zelf had gebouwd. Later kocht ik een Korrex-proefpers uit 1962. Ik druk meestal op Fabriano Rosaspina-papier.
Geen twee drukken zijn hetzelfde. Inkt, druk en papier verschillen steeds een beetje. Het blok slijt ook: bij elke druk kan het kleine krassen krijgen of een stukje verliezen. Die sporen laat ik zitten. Ze horen bij het proces.







